Agility is ontstaan als een demonstratie op de Cruft’s.
Het leek in 1977 het bestuur van de Cruft’s wel leuk om een hondenactiviteit in
de erering te hebben, maar geen van de leden had enig idee
wat. Doel was een
leuk kijkspel voor de aanwezigen op de Cruft’s.
John Varley werd verantwoordelijk voor het organiseren van de demonstratie. John was bevriend met Peter Meanwell, een bekende trainer van werkhonden.
Peter nam als basis de paardensport en draaide een programma in elkaar.
In februari 1978 liet Peter de eerste demonstratie Agility zien en het was al direct zo’n succes dat Agility vanaf dat moment op de Cruft’s bleef. Vanaf de 1e demonstratie groeide Agility en al in 1979 kon men op de Cruft’s een soort wedstrijd zien tussen verschillende Agility-handlers.
Vanaf dat moment is Agility niet meer weg geweest uit de Cruft’s en Agility uitgegroeid tot een hondensport.
Een aantal Nederlanders was erg gecharmeerd van de demonstratie in 1978.
Marianne Tittel en Loes van den Bogaard hebben Agility naar Nederland gehaald.
In 1979 werd op de Winner de 1e demonstratie gegeven door o.a. leden
van K.C. de Hofstad.
Agility kreeg tijdens de Winner in 1979 minder handen op elkaar dan in Engeland, maar toch ontstond er een klein groepje dat groot genoeg was om iets in Nederland op poten te zetten.
Heel langzaam begon de sport te groeien.
Op uitnodiging van O&O, kwamen in 1983 een aantal Engelse instructeurs naar Nederland. Zij maakten een tour langs verschillende erkende hondenverengingen en maakten Agility zo breder bekend. Juist door die tour, kwam Agility meer in the picture en is de sport sneller gaan groeien.
Door
de groei is Agility ook gaan evalueren. De sport wordt steeds serieuzer genomen
en men krijgt steeds meer oog voor veiligheid. Dat heeft regelmatig geresulteerd
in veiligere toestellen en betere regels. Door de ontwikkeling zijn ook de
trainingsmethoden uitgebreid. Had men vroeger slechts 1 methode om iets aan te
leren, tegenwoordig heeft iedereen meer dan 1 methode voor het aanleren van de
toestellen. Steeds vaker komt men er achter dat je het beste resultaat krijgt
bij een individuele aanpak.
Nu, in het begin van de 21e eeuw, is Agility zo gegroeid dat jaarlijks ca. 2500 combinaties in Nederland regelmatig wedstrijden loopt en een veelvoud ervan Agility traint zonder wedstrijdaspiraties te hebben.
Een ontwikkeling van de laatste jaren is het ontstaan van steeds meer Agility groepen buiten de erkende verengingen. De clubjes ontstaan meestal door fanatieke Agility-handlers die er geen heil in zien bij erkende verengingen te trainen. Vaak worden zij bij die verengingen geremd vanwege het feit dat er ook andere hondensporten in de verenging aanwezig zijn. Vaak is men fanatieker in de Agility en is dat niet te rijmen met de rest van de activiteiten binnen de verenging. Nog steeds zien mensen, van buiten de Agility, de sport als een spelletje en zien de fanatieke handlers Agility als een sport. Door dit verschil in beleving zitten ze elkaar vaak in de weg en zoeken steeds meer instructeurs hun heil in ‘wilde’ verenigingen.
Ik denk dat we de komende jaren op een situatie afstevenen waarin zgn. niet-erkende Agility-clubs ingepast dienen te worden in het huidige circuit, want onderhand hebben heel veel goede instructeurs hun heil gezocht buiten de erkende verengingen. Zonder die goede instructeurs en zonder gebruik te maken van de toestroom behendigen via de erkende verenigingen, kunnen we de sport niet laten groeien. In het belang van de sport moeten we naar een situatie waar in heel behendig Nederland gaat werken aan een hoger Agility-niveau. Door te zorgen dat de goede instructeurs bereikbaar blijven voor iedereen, brengen we samen Agility op een hoger niveau.