IJslands
paard.
Een fenomeen dat al eeuwen in IJsland rondloopt en door velen gewaardeerd wordt
als een goed rijpaard.
Een paard dat opvalt door het kan tölten en telgangen.
Waarschijnlijk konden vroeger meerdere paarden tölten en telgangen. Het is zelfs
voor te stellen dat deze gangen een voordeel kunnen geven als men vanaf het
paard met wapens moet vechten.
Vooral de ridders in zware harnassen en boogschutters kunnen zo voordeel gehad
hebben.
Het is waargenomen dat een Fries paard, dat opgroeide in een groep IJslanders,
ook ging tölten. Hiermee bleek dat de aanleg tot tölten ook aanwezig kan zijn
bij paarden waar je het niet van verwacht. De Fries had aanleg tot tölten en is
waarschijnlijk door de töltende groep beïnvloed in de keuze.
Over de oorsprong van het IJslandse paard is veel gespeculeerd en niemand weet
er het fijne van. Toch is iedereen het eens dat de voorouders van de IJslandse
paarden door de Vikingen naar IJsland zijn gebracht. In de 9e eeuw zijn de
Vikingen in open boten naar IJsland gekomen om zich daar te vestigen. In hun
open boten hadden zij dieren meegenomen en tussen die dieren zaten paarden.
De paarden waren van een Germaans type.
Als we de IJslandse paarden vergelijken met de paarden uit Europa zien we alleen
bij de Noorse en Duitse paarden overeenkomstige botstructuren.
Men heeft aanwijzingen dat er vroeger, in Noord-Europa, een apart paardenras
heeft bestaan, de Ecuus Scandinavicus. Dit ras is waarschijnlijk in de loop der
eeuwen verdwenen door kruisingen met andere paarden.
Sommigen denken dat het IJslandse paard familie is van de Shetlander, maar het
IJslandse paard heeft een heel ander genotype dan andere Europese paarden.
In de 10e eeuw heeft men in IJsland het verbod uitgevaardigd paarden in te
voeren en door deze regel heeft men de omstandigheden gecreëerd om een fokzuiver
paard in IJsland te fokken.
De vroege IJslandse paarden hadden een stokmaat van circa 120 cm. In de loop der
eeuwen is men grotere paarden gaan fokken.
Tegenwoordig zien we IJslandse paarden met een stokmaat rond de 140 cm en met
uitschieters naar 150 cm.
Het IJslandse paard weegt tussen de 330 en de 380 kg.
Alle kleuren zijn toegestaan, behalve appaloosa markering. De meest voorkomende
kleur is kastanje. Alle witte aftekeningen zijn toegestaan en er zijn bonte
paarden in alle kleuren van de basis. De paarden hebben lange, dikke manen en
staart en de winter vacht is dubbel. Het uiterlijk van het IJslandse paard in
landen buiten IJsland is enigszins veranderd als gevolg van verbetering van
programma's gebruikt worden tijdens de jaren 1950.
Het IJslandse paard is te omschreven als een vrij klein, stevig en sterk, maar
niet licht gebouwd paard. De sterke eigenschappen van het ras zijn de
veelzijdigheid in het rijden, prestaties, levendig, temperament en krachtige
bouw met een werkbaar karakter.
Traditioneel groeit het IJslandse paard op in een kudde, wat zonder twijfel de
reden is voor de sterke eigenschappen.
Hoewel traditioneel het IJslandse paard vrij opgroeit, is dat tegenwoordig niet
langer het geval. Tijdens de jaren 1900 het fokken van IJslandse paarden is
veranderd en is nu zeer vergelijkbaar met het fokken van paarden vinden in heel
Europa en Noord-Amerika.
Naast de standaard stap, draf en galop, heeft het IJslandse paard de tölt en een
"telgang", net als American Walking Horse, Paso Fino en Tennessee Walker.
Sommigen zijn ook in staat om een soort “speed pas”te lopen, dat is een zeer
snelle laterale gang gebruikt voor wedstrijden korte afstanden. Bij een speed
pas bereiken een aantal paarden snelheden van rond de 50 km/u.
De
tölt is een uitzonderlijk gelijkmatige goede gang en kan gezien worden als een
soort snelwandelen. Het paard beweegt zijn voeten in dezelfde volgorde als de
wandeling. De achterpoten bewegen goed onder het lichaam, de rug stijgt, en het
paard licht wordt op de voorkant, in het algemeen met een hoog voorbeen actie en
hoofd en nek, maar verhoogde verzameld en op het bit.
Hoe gelijkmatig is de tölt? Om dit aan te tonen laat men bij demonstraties vaak
zien dat champagneglazen vol blijven, maar in de geest van de Vikingen toont men
dit bij de IJslander vaak een Bier-tölt. Het is namelijk mogelijk op een töltend
paard te zitten met een vol glas, zonder iets tijdens de rit te knoeien.
De snelheid van de tölt varieert sterk, van een trage tölt tot een zeer snelle
tred die, wat snelheid betreft, vergelijkbaar is met de galop.
Ziekten zijn vrijwel onbekend bij IJslandse paarden. Bescherming van de paarden
wordt verzekerd door de strikte regelgeving van de IJslandse overheid. Geen
paard die is genomen uit IJsland kan terug komen in het land. Dit is ter
voorkoming van een uitbraak van een ziekte die zouden kunnen decimeren van de
bevolking van IJslandse paarden.
Wel hebben veel IJslanders last van zomereczeem.
Zomereczeem is een lichamelijke afwijking die in aanleg erfelijk is.
Door onderzoek heeft men aangetoond dat merries vaker deze gevoeligheid doorgeven aan hun veulens dan hengsten.
Het ras standaard voor IJslandse paarden uniform is over de hele wereld, net als
de registratie, de regels van de fokkerij wedstrijden en de regels van de
prestaties van wedstrijden. Al deze activiteiten zijn strikt geregeld door de
internationale vereniging voor IJslandse paarden.
Op IJsland werd het paard werd gebruikt voor de landbouw en het transport tot
rond de jaren 1950, daarna hebben de gemotoriseerde voertuigen het transport
overgenomen. Na 1950 is de focus veranderd bij het fokken van paardrijden.