De bouw van de hond is ontstaan door zijn oorspronkelijke rol in de natuur.

In de natuur leefde de hond, als wolfachtige, in roedels. Om te kunnen overleven moesten alle leden van de roedel beschikken over goede lichamelijke eigenschappen.

Een belangrijke eigenschap was het kunnen lopen.
De hond moest op een hoge snelheid kunnen lopen en moest ook grote afstanden kunnen overbruggen. Het lichaam van de hond is in de loop van duizenden jaren aangepast aan zijn eigen situatie. Pas na zijn evolutie is de hond in contact gekomen met de mens.

In de oudheid hebben ze elkaar ontmoet en door het nut van de hond hebben ze elkaar gevonden, met alle gevolgen van dien.

De hond heeft, net als veel andere 4-voeters, een aantal manieren van bewegen.

De bewegingen van de hond noemen we stap, draf, telgang en galop.

Elke manier van bewegen kent zijn eigen volgorde van poten op de grond plaatsen.

 

Stap
De hond zet zijn poten neer in de volgorde neer: linksachter, linksvoor, rechtsachter, rechtsvoor. De stap is de langzaamste  bewegingsvorm

 

Draf

De draf is een diagonale gang. Tijdens de draf worden linksvoor en rechtsachter tegelijk opgetild en neergezet afwisselend met rechtsvoor en linksachter.

De draf is een snellere gang dan de stap.

 

Telgang

Dat is een laterale beweging.
De hond verplaatst zijn linker voor en linker achter poot tegelijkertijd naar voren, zet ze neer en beweegt de rechter voor en achterpoot tegelijkertijd naar voren.

Dit is een gang die in snelheid tussen de draf en het galop zit. Vaak komt deze manier van bewegen voor bij werkhonden en wordt gebruikt als er grote afstanden afgelegd moeten worden op een wat hogere snelheid.

 

Galop

De galop is een diagonale gang, een zgn. 3-telgang. Men kan tellen een, twee , drie, pauze. De pauze is het zweef moment. De galop is asymmetrisch en is een rechter- of linkergalop.
Bij de rechtergalop zet de hond linksachter neer, vervolgens rechtsachter en linksvoor vlak achter elkaar, waarna rechtsvoor neergezet wordt, terwijl ondertussen linksachter de bodem al weer verlaten heeft. Vervolgens tilt het paard ook de diagonaal 'rechtsachter linksvoor' op en heeft alleen rechtsvoor nog contact met de bodem. Daarna volgt het 'zweefmoment', alle poten hebben de bodem verlaten.

Bij de linkergalop begint de hond rechtsachter, vervolgens linksachter en rechtsvoor en eindigt met linksvoor.

 

Naar de efficiëntie van de beweging is bij de honden weinig onderzoek gedaan.

Er is wel onderzoek gedaan bij het paard en, gezien de overeenkomsten in het bewegen tussen paarden en honden, ligt het in de lijn der verwachtingen dat de resultaten bij het paard door te trekken zijn naar de hond.

Met het meten van de zuurstofopname tijdens inspanningstesten bij mens en paard, heeft men ontdekt dat voor elke beweging een efficiënte snelheid is.

Wordt de inspanning te hoog, is een manier van bewegen effectiever.

De vergelijking tussen paard en mens zie je in de tabel hiernaast.


Jaren wisten we algemene dingen van het bewegen van viervoeters. Vaak alleen de dingen die in de reguliere literatuur vermeld werd.
In 1995 werden we voor het eerste geconfronteerd met extreme beelden van de voorpoot bij een behendige hond tijdens de het nemen van een hindernis.

Er was eind 1995 een lezing gegeven over de belasting van de hond bij Agility door Henk Schamhardt.

Op basis van de lezing hebben Ronald Mouwen, Marco Mouwen en Aukje Swarte een aantal stukjes geschreven.
Hans Goossens, een goede vriend van ons en medeoprichter van de rasverenging voor Pyreneese Herdershonden, was aanwezig bij de lezing en het was zo’n eye-opener dat hij bij een evenement van de PHC uitgebreid aandacht besteedde aan de lichamelijke belasting van de hond. Om alles extra duidelijk uit te laten leggen heeft Hans toen Ronald Mouwen bij de Agility-dag van de PHC uitgenodigd.
Omdat Hans vindt dat alles door een zo breed mogelijk publiek gedragen moet worden staan sinds die tijd ook de stukjes van Marco, Ronald en Aukje op internet.

Om de stukjes te lezen, klik dan hier en ga onderaan de pagina verder om door te klikken naar de volgende pagina’s.

Als je foto’s bekijkt in het stukje over de jumping en over de zwaardere landingen, schrik je, ondanks dat je weet dat het om gezonde honden gaat. Pas nadat je realiseert dat het hoort, ga je beseffen dat we een behoorlijke inspanning van honden verlangen tijdens de Agility.

Op het moment dat we de mate van lichamelijke belasting beseften, dachten we dat het beperkt werd tot de Agility. Nu, na jaren opgelet te hebben op het bewegen van viervoeters, weten we dat dat deze extreme beelden bij veel viervoeters normaal zijn. Zelfs tijdens het wandelen met je hond kun je zulke beelden kunt waarnemen. Een vriendin van ons heeft daar 2 mooie foto’s van weten te maken tijdens een wandeling over het strand.

Minka tijdens het sneller wandelen langs de waterlijnMinka, startend om snelheid te gaan maken


Ook bij paarden hebben we dezelfde beelden gezien.

Zoek maar eens bij youtube op “slow motion horse”, dan zie je het ook. Je kunt ook klikken op slow motion voorbenen of slow motion achterbenen.

 

Het bewegen van honden tijdens de agility staat op veel plekken. Ik heb een filmpje gezien van de EO 2010, waar veel slow motion in staat. Let vooral op de voorhand bij het landen van sommige honden en op de voorhand en de rug bij bochten. In het eerste deel van het filmpje zie je weinig honden landen.

 

Om te beseffen dat die extreme beelden normaal zijn, moet je weten hoe en waarmee een viervoeter beweegt.

 

In elk voorwerp komen we een zwaartepunt tegen.

Het zwaartepunt is dat punt waar de massa in evenwicht is.

Als we voortbewegen bekijken, zien we dat het gaat om het zwaartepunt in voorwaartse richting te verplaatsten.

Om dat te realiseren maken viervoeters gebruik van voor en achterbenen.

De achterbenen hebben voornamelijk de functie voor de aandrijving. Ze stuwen het zwaartepunt naar voren.

De voorbenen ze zijn gespecialiseerd in krachten in verticale richting en hebben de functie het zwaartepunt in de juiste richting te sturen.

In bepaalde omstandigheden kunnen de voorbenen wel extra aandrijving in voorwaartse richting geven, maar voorbenen doen dit heel inefficiënt.

 

Als we de achterhand van een viervoeter bekijken zien we dat deze ingericht is om kracht in voorwaartse richting te zetten.

De achterbenen zijn in het bovenste deel voorzien van allerlei spieren die met pezen verbonden zijn met de onderste delen van de achterbenen.

De achterbenen hebben een starre verbinding met het lichaam en zitten, via de heupen, star aan de rug.

Door de starre verbinding van de achterbenen met het lichaam kan er heel efficiënt kracht doorgegeven worden.

De achterbenen, gecombineerd met de rugspieren zorgen voor een maximale beweging in voorwaartse richting en sturen het zwaartepunt naar voren.

De kracht en de volgorde waar dit in gaat is bepalend voor de uiteindelijke snelheid.

 

Als we de voorhand van een viervoeter bekijken zien we dat deze ingericht is als een soort schokdemper en als springinrichting in verticale richting.

Een serie grote spieren zit vanaf het bovenste deel van de voorbenen (schouderblad) verbonden met de rug. Een andere serie spieren zitten hoog in de benen en zijn met pezen verbonden aan de onderste delen van de voorbenen.

De pols, elleboog en schouder zitten aan elkaar met buig en strekpezen. We noemen dit het spanzaagmechanisme.

Deze structuren koppelen de bewegingen van elleboog pols en schouder met elkaar. Hierdoor kunnen de sterkste spieren van de voorpoot in de schouder en bovenpoot regio ook kracht genereren in de pols van de hond.
Met het spanzaagmechnisme kan een hond de schok van de landing met zijn voorpoten opvangen, een deel van deze energie opslaan en weer gebruiken voor de voorwaartse beweging.
Dat, door dit pezenstelsel, de meeste spieren in de bovenzijde van de poten zitten is erg belangrijk voor het efficiënt voortbewegen. De meeste spieren in de bovenzijde van de poten betekent een gewichtsbesparing voor het onderste deel van de poten, waardoor deze efficiënter kunnen bewegen. Denk hierbij aan de klepelwerking die je bij een staartklok tegenkomt.

Je kunt de werking van het spanzaagmechnisme zien door de elleboog of het schouderblad naar voren te bewegen. Tegelijkertijd zie je dat het onderste deel van de voorpoot (onderarm en pols) ook naar voren gaat.


In paardensport gebruikt men soms het effect van de klepelwerking aan de voorhand. Ze trainen de voorhand extra door, vlakbij de hoef, gewicht aan het voorbeen te hangen. Hierdoor moet het paard meer spierkracht gebruiken voor het bewegen en krijgt men op den duur een veel grotere beenactie aan de voorhand. Dit kunnen ze doen door aan de voorhand zwaardere hoefijzers te kiezen, maar ook door  springschoenen of ballenboots aan de voorbenen te doen.
Het trainen met gewicht aan de voorbenen ziet men bij o.a. de Hackney en het IJslands Paard. In beide gevallen gaat het om meer beenactie te krijgen.


De hondenpoot is sterk ingericht op de aandrijving in de lengte richting en heeft hierdoor veel mogelijkheden in andere richtingen verloren. Hierdoor is er veel minder corrigerende spierarbeid in richtingen dwars op de looprichting nodig maar is de flexibiliteit ook minder als bij de katachtigen.

 

Omdat de voorbenen met spieren tussen schouderblad en rug zit verbonden met de rest van het lichaam, hebben we een flexibele verbinding die in staat is om grote krachten op te vangen zonder dat direct aan het lichaam door te geven.Kussentje op 1/5 e van de voorpoot

Grote krachten ontstaan doordat de viervoeter met een snelheid in horizontale richting zich voortbeweegt en onderhevig aan de zwaartekracht steeds richting grond getrokken wordt. Om de zwaartekracht te overwinnen wordt de voorhand gebruikt om het zwaartepunt te sturen. Door een combinatie te maken van de voorhand als schokdemper en te laten functioneren als springinrichting, is het sturen van het zwaartepunt mogelijk.

Door een combinatie van timing van de voorbenen met het spannen van een aantal rugspieren, kan een viervoeter een bocht maken.

 

Meer details over het voortbewegen van een hond staat op internet.

 

Let op! Bij de schematische tekeningen van voor en achterhand tekenen ze meestal het onderste deel niet volledig. Besef dat in bijna alle situaties waar de krachten op de voorbenen groot is de buiging van het onderste deel groter is als aangegeven. Ook zullen de andere gewrichten iets verder scharnieren.

 

Als we het bewegen samen vatten kunnen we stellen dat  de achterkant, samen met de rug, voor de aandrijving zorgt en richt de viervoeter zijn lichaam vooral met de voorbenen, gecombineerd met de timing en de rug.
Theoretisch is het bij de viervoeter zelfs mogelijk om de voorbenen te vervangen door wielen, waarmee ze zich, zonder veel snelheidverlies, kunnen verplaatsen.

 

Als we het bewegen bekijken in het licht van lichaamsgewicht, kunnen we aan de hand van de filmpjes op youtube zien dat een licht hondje als een Italiaanse windhond minder buiging in de voorhand heeft dan de wat zwaardere Flat Coated Retriever.
Waarschijnlijk is er ook een groot verschil tussen rashonden onderling. Een zwaardere en/of ongeoefende hond zal een grotere buiging van de voorhand laten zien dan een atletische versie.
Als de buiging te ver gaat en er meer kracht opgevangen moet worden, is het niet ondenkbaar dat het kussentje aan de bovenzijde van het polsgewricht een grote kracht te verwerken krijgt, met de kans op blessure van het onderliggende weefsel. Onder het kussentje zit een stukje kraakbeen dat als hefboom functioneert voor een pees. Komt het kussentje te hard op de ondergrond, dan is dit stukje kraakbeen, met de pees, het eerste wat onder druk komt te staan.

 

7 december 2010. Op foto's ontdekt dat ook het extreme beeld dat we zien bij de Agility, voor kan komen bij het schapendrijven.

Op foto nummer 1 zien we Uilleam met zijn voorpoten in een schijnbaar dikke laag sneeuw. Op de 2e foto zien we zijn voor poten tot het bovenste kussentje doorgebogen.

Foto 1, Uilleam land in hoge sneeuw?????Foto 2, Uilleam zijn voorpoten tot het maximum doorgebogen.