LICHAAMSTEMPERATUUR

 

De lichaamstemperatuur van honden ligt tussen de 38 en 39 °C.
In het lichaam zit een warmte-regulatiecentrum in de hersenen (hypothalamus) die zorgt dat er een evenwicht is tussen warmteproductie en warmteafgifte.
De hoeveelheid warmte die in het lichaam geproduceerd wordt is afhankelijk van de inspanning, leeftijd, conditie, lichaamsgewicht, activiteit, voeding, omgevingstemperatuur, windsnelheid, relatieve luchtvochtigheid, isolatie en luchtdruk.

Warmte kan het lichaam verlaten via straling, verdamping en geleiding. Honden verliezen voornamelijk hun warmte door verdamping via de tong. Hij kan ook warmte afvoeren via de zweetkliertjes in de voetzolen en, als de hond zijn vacht op de buik mist, via de buik.

HYPERTHERMIE (oververhitting)

Hyperthermie kan ontstaan door:

 

Bij oververhitting is er een onbalans in de energiehuishouding waarbij de lichaamstemperatuur hoger is als normaal (38 - 39°C).
Bij een extreme inspanning is het mogelijk dat de lichaamstemperatuur hoger is dan 40°C, maar als er lichamelijke overlast is spreekt men pas over hyperthermie.

In de humane wereld heeft men uitgebreid onderzoek gedaan naar lichaamstemperatuur en inspanning. Daaruit is gebleken dat het normaal is dat de lichaamstemperatuur tijdens en direct na een grote inspanning hoger is dan 38°C. Er zijn zelfs metingen bekend van 40°C en hoger.

Het ligt in de lijn der verwachtingen dat dit fenomeen ook bij de hond voor kan komen.

 

 

Symptomen van hyperthermie

 

Een hond die oververhit dreigt te raken zal proberen de extra warmte kwijt te raken door extra hard te gaan hijgen met de bek wijd open. Vaak zonder  effect; door het gehijg wordt het lichaam alleen maar warmer terwijl het extra gehijg nauwelijks tot extra afkoeling leidt.

Een aantal aspecten waaraan je kunt zien of je hond echte problemen heeft zijn:

 

 

Het risico op hyperthermie bij inspanning

 

Doe alleen hondensport met honden die in goede conditie verkeren, want honden met een slechte lichamelijke conditie is eerder oververhit. Uit onderzoek blijkt dat acclimatiseren een bepalende rol speelt of een hond oververhit raakt of gewoon zijn werk kan doen.

Als het weer warmer wordt moet een hond acclimatiseren. Is de overstap naar warmer weer erg groot, dan duurt het meerdere dagen, soms zelfs weken, voor de hond helemaal geacclimatiseerd is.

Houdt bij een inspanning de hond goed in de gaten. Als je thuis in rust (natuurlijk terwijl het nog niet al te warm is) de temperatuur hebt genomen kun je in geval van twijfel of de hond oververhit is de temperatuur nemen en dit vergelijken met de normale waarde van de hond. Deze normale waarde is namelijk anders bij iedere hond. In de oksels en in de liezen kun je voelen of de hond het erg warm heeft, alleen een betrouwbare manier van temperatuur meten is het niet, maar kan je wel een indicatie geven. De kleur van de tong kan je ook helpen om vast te stellen of een hond het warm heeft. Een hond die oververhit raakt krijgt een steeds rodere tong, omdat hij steeds meer bloed door de tong pompt om zijn lichaamstemperatuur te verlagen.

Leg de hond zoveel mogelijk in de schaduw. Probeer hiervoor “open shelters” als parasols en party tenten en indien nodig draadbenches te gebruiken; (afgesloten) tenten en relatief dichte benches ventileren te weinig.
Natuurlijke schaduw is de beste schaduw, het is beter dan schaduw van tenten etc.

Zorg dat er goede ventilatie is. In de schaduw op het gras in de wind geeft het minste problemen. Als de hond nat is dan is goede ventilatie essentieel.

Je kunt de hond eventueel voor en na het werken (is de behendigheid, de flyball of het schapendrijven) met de poten in een bak water zetten. Maak de hond op zijn rug niet nat: door de ondervacht kan dit juist gaan broeien en wordt er extra warmte geproduceerd.

Als de hond het erg warm heeft kun je met stromend water wat je over de buik en liezen laat lopen de hond snel afkoelen. Gebruik hiervoor geen ijswater. Dit laat de bloedvaten vernauwen waardoor er juist minder afkoeling plaatsvindt.

Als je de buik (en indien nodig de liezen) kaalscheert kan de hond gemakkelijker zijn lichaamswarmte kwijt. Ook helpen de maatregelen als natspuiten dan beter.

Zorg voor voldoende vers en koud drinkwater.

Opwinding van de hond (stress) doet de lichaamstemperatuur ook stijgen. Dit komt omdat bij opwinding de bloedvaten (met name in de huid) samentrekken waardoor de warmte niet meer kan worden afgegeven.

Probeer zo laat mogelijk naar de ring te gaan en houd de hond zoveel mogelijk in de schaduw.

Koel de hond direct na de inspanning met water en doe dan de cooling down in de schaduw (het liefst in de wind). Eerst een licht verhoogd wandeltempo en daarna een rustig wandeltempo.

Denk vooral ook om de terugreis. In de auto kan de hond nog slechter zijn warmte kwijt. Zet de airco aan of doe de ramen zo ver mogelijk open (ook tijdens het rijden!). Een thermometer geeft informatie over de temperatuur in de auto, maar niet over hoe warm de hond het heeft: als de zon rechtstreeks op de hond schijnt kan het best nog maar 20 graden zijn maar de hond kan dan wel oververhit raken!!!

Houdt de hond ook tijdens het rijden uit het directe zonlicht.
Als je een grote inspanning van je hond verlangt, zorg dat hij vooraf in de schaduw staat, zodat hij geen temperatuur op kan bouwen voordat hij iets doet. Zorg wel dat zijn spieren warm zijn, maar blijf in de schaduw. Een hond voorkoelen door zijn poten en buik nat te maken kan oververhitting uitstellen.


Cooling-down
Over honden is hier weinig bekend. Om toch een indruk te te krijgen kijkt men steeds naar de paarden en de mens. We nemen aan dat een  cooling-down dezelfde noodzaak heeft als bij mensen en paarden.
We weten dat een cooling-down bij mensen en bij paarden gedaan moet worden. De cooling-down moet starten met een relatief hoog bewegingsritme en langzaam afgebouwd worden tot een trager bewegingsritme. Met een relatief hoog bewegingsritme zit de doorstroming van het bloed en de ademhaling op een hoger niveau en verliest men makkelijker afvalstoffen en warmte. Zo bevordert men het herstel.

Het ligt in de lijn der verwachting dat herstellende producten, die tegenwoordig voor topsporters op de markt zijn, wellicht ook de sportende honden kunnen helpen, maar daar is nooit onderzoek naar gedaan. Wel heeft men dieren gebruikt bij het onderzoek naar de bijwerkingen van deze producten, alvorens ze op de markt kwamen, bij geen van de producten heeft men negatieve bijwerking kunnen noteren.

Door omstandigheden zijn wij in de gelegenheid geweest om een van de herstellende producten uit de humane wereld te gebruiken voor het herstel van een van onze honden. We hebben bij het gebruik de indruk gekregen dat de hond zich na een grote inspanning beter herstelde als zonder het gebruik van dit product. ik hoop dat ik in de toekomst de gelegenheid krijg om meer met dit product te doen.

Wordt vervolgd.